Cultuurbehoud en kunstroof

 
Sinds 1990 richt ik mij op de illegale handel in kunst en antiquiteiten. Ik kwam hiermee in aanraking tijdens een reis naar Mali. Later volgde onderzoek in landen als Ethiopië, Cambodja en Bangladesh, en dat breidt zich nog steeds uit. Tijdens elke reis, zoals in 2009 naar Cyprus, ben ik er op gespitst. Ik ben medeoprichter en was tot 2007 voorzitter van het Leiden Network for the Preservation of Cultural Heritage, een internationaal netwerk van professionals in de culturele en handhavingsectoren die tegen kunstroof zijn.
 
Ik raakte betrokken bij de teruggave van gesmokkelde hemelnimfen en Boeddhahoofden uit resp. Cambodja en Thailand en van een gesmokkeld koningsservies uit Ghana (artikelen in Algemeen Dagblad, radiodocumentaires voor NPS en IKON). Door de vondst van de objecten uit de twee Aziatische landen was de toenmalige Nederlandse regering bijna tot een belangrijk UNESCO Verdrag toegetreden. Latere artikelen gingen over de smokkel door een Belgische verzamelaar van een kostbaar kruis uit Ethiopië, de aanschaf van een verdacht Etruskisch harnas door het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden en van een oude Cambodjaanse klok door het Carillonmuseum in Asten. Ook de laatste twee hadden de nodige impact. Ik werk nu aan een nieuw boek over de bescherming van erfgoed uit kwetsbare landen.